Zwemmen is een Olympische Sport die al vanaf de eerste moderne Olympische Spelen op het programma staat. Sinds 1912 is het ook voor vrouwen mogelijk om mee te doen. De sport kent veel verschillende onderdelen. Zo zijn er korte afstanden en lange afstanden in het zwembad, maar wordt er ook in het open water gezwommen. Daarnaast zijn er nog diverse estafette-afstanden en wordt er ook gemengd gezwommen op de 4x 100 meter wisselslag. Ook in Tokio doen er weer veel Nederlandse zwemmers mee. Van oudsher doet Nederland het goed binnen het zwemmen. Vooral ook in het openwaterzwemmen. Maar het meest succesvolle land is misschien wel de Verenigde Staten.

Zwemmen met zwembril

Professionele sporters zwemmen nagenoeg altijd met zwembril. Dit is een van de belangrijkste attributen tijdens het zwemmen. Door de vele uren die topsporters in het zwembad liggen kan je eigenlijk niet zonder zwembril zwemmen. Dit zou de ogen te veel irriteren. Daarnaast geeft het je de mogelijkheid om onder water te kijken. Dit kan helpen bij het in de gaten houden van de tegenstander tijdens het zwemmen.

Andere attributen naast de zwembril

Naast de zwembril gebruikt bijna iedereen ook een badmuts. Met een badmuts heb je minder weerstand van het water. Dit kan een enkele procenten schelen bij een topsnelheid. Aangezien bij topsport alle beetjes helpen kan je dus eigenlijk ook niet zonder badmuts. Vanwege het vele trainen zijn de topsporters ook gewend aan het gebruik van een badmuts. Vaak hebben ze zelfs twee badmutsen over elkaar heen getrokken. De band van de zwembril zit dan tussen de twee badmutsen in. Op die manier kan je bij een snelle start je zwembril niet kwijt raken.

De laatste jaren zijn er strenge eisen aan de gebruikte badkleding. Dit om te voorkomen dat er geen pakken meer gebruikt worden die een onevenredig voordeel kunnen opleveren, zoals de haaienvinnenpakken deden tussen 2000 en 2010. Een goede ontwikkeling, omdat een goede zwemtechniek leidend moet zijn in tegenstelling tot extra drijfvermogen van het zwempak.